Corticoïden
Corticoïden hebben een glycemieverhogend effect :
Het is van belang bij de orale vormen (o.a. Medrol) alsook de infiltraties (IM / IA).
Bij inname van inhalatiecortico’s dient GEEN beleidsaanpassing te gebeuren
1. Beleid aanpassen in kader van OPSTART van cortisone : opletten HYPER glycemie
-
Bij orale antidiabetica: controleer glycemie 2 a 3 dagen na het opstarten
-
Behandeling korte duur (vb: infiltratie): tijdelijk licht hogere glycemies kunnen door de vingers gezien worden
-
Behandeling lange duur (vb: polymyalgia rheumatica): dosis orale antidiabetica opdrijven of insuline toevoegen.
-
Bij Insulinebehandelingen
-
Anticipeer op het effect van de cortico’s door de insuline dosering onmiddellijk met
+/- 50 % op te drijven (vb: van 12 E naar 18 E),en de avondinsuline met +/- 20% (vb: van 20 E naar 24 E). De volgende dagen verder aan te passen afhankelijk van de glycemie.
2. Beleid aanpassen in kader van AFBOUW/STOPPEN van cortisone: opletten HYPO glycemie
-
In eerste tijd insuline afbouwen, in tweede tijd eventueel ook de orale antidiabetica
-
Bij insuline: anticipeer op hypo’s door insuline dosage te verminderen
-
Bij orale antidiabetica: bouw de hypoglycemie-inducerende antidiabetica af.
-
Metformine dient niet afgebouwd gezien geen risico op hypo’s.